Woning gereed maken voor warmtepomp: technische checklist 2026
✓ Stap 1: Isolatie en warmteverlies beoordelen
Een warmtepomp werkt het best in een goed geïsoleerde woning. Controleer daarom eerst de basisisolatie van je huis.
- Dakisolatie: Is het dak of de zoldervloer geïsoleerd met minimaal Rc-waarde 3.5?
- Muurisolatie: Zijn de spouwmuren of voorzetwanden geïsoleerd (Rc 1.3 of hoger)?
- Vloerisolatie: Is de kruipruimte of de begane grondvloer geïsoleerd (Rc 2.5 of hoger)?
- HR++ glas: Zijn alle ramen voorzien van hoogrendementsglas (HR++ of triple)?
- Tocht: Zijn kieren en naden bij deuren, ramen en kozijnen goed afgedicht?
Slechte isolatie betekent een hoger energieverbruik en een mogelijk ondermaatse warmteafgifte. Een warmteverliesberekening door een installateur is essentieel. Die bepaalt het exacte benodigde vermogen van je warmtepomp.
✓ Stap 2: Elektrische installatie en aansluiting
Een warmtepomp vraagt om een krachtige en veilige elektrische aansluiting. Je huidige installatie moet hier vaak op worden aangepast.
- Krachtstroom: Heeft je meterkast een 3-fasen aansluiting (400V)? Vraag deze anders aan bij je netbeheerder.
- Aardlekautomaat: Is er een aparte, geschakelde groep met een aardlekautomaat (type B) voor de warmtepomp?
- Kabeldikte: Is de bekabeling van de meterkast naar de pomplocatie dik genoeg (meestal 5x2,5 mm²)?
- Stroomvoorziening buitenunit: Is er een stroompunt (wandcontactdoos) bij de beoogde buitenunit?
- Bescherming: Zijn er overspanningsbeveiligingen geïnstalleerd?
Dit voorkomt overbelasting en storingen. Laat de elektrische werkzaamheden altijd uitvoeren door een gecertificeerde installateur.
✓ Stap 3: Afgiftesysteem geschikt maken
De warmte van een warmtepomp wordt optimaal afgegeven via een laagtemperatuursysteem. Je bestaande radiatoren of vloerverwarming moeten hierop zijn afgestemd. Een installateur kan met een warmtescan beoordelen of je huidige afgiftepunten volstaan voor lage temperatuur radiatoren.
- Vloerverwarming: Ideaal. Controleer of de verdeler geschikt is voor lage temperaturen (35-45°C).
- Radiatoren: Zijn ze groot genoeg? Ze moeten voldoende warmte afgeven bij een aanvoertemperatuur van maximaal 55°C.
- Thermostatische kranen: Vervang oude kranen door exemplaren die geschikt zijn voor lage temperaturen.
- Leidingwerk: Zijn de aan- en afvoerleidingen dik genoeg (minimaal 28 mm diameter) voor een hoog debiet?
- Waterzijdig inregelen: Laat het systeem professioneel inregelen voor een optimale warmteverdeling.
✓ Stap 4: Buitenunit en leidingtracé bepalen
De buitenunit (bij een lucht-waterpomp) of het bronsysteem (bij een bodemwarmtepomp) vraagt om een zorgvuldig gekozen locatie en voorbereiding.
- Locatie buitenunit: Kies een stabiele, vorstvrije plek met voldoende ventilatie, uit de buurt van slaapkamerramen (geluid).
- Trillingen: Voorzie een trillingsdempende onderplaat of muurbeugel.
- Boringen: Voor een bodemwarmtepomp moet je vergunningen aanvragen en de bodem laten onderzoeken.
- Leidingdoorvoer: Bepaal het traject voor de koudemiddel- en cv-leidingen door de gevel. Zorg voor een nette, geïsoleerde doorvoer.
- Condensafvoer: Plan de afvoer voor het condenswater van de buitenunit.
Houd rekening met de geluidsnormen van je gemeente en bespreek de locatie met je installateur.
✓ Stap 5: Tapwater en buffervat regelen
Veel warmtepompen verwarmen ook het tapwater. Dit stelt extra eisen aan je installatie, zoals beschreven in de checklist voor de monteur.
- Boiler/boilerplaat: Is er ruimte voor een geïsoleerde boilervat (150-300 liter) of een geïntegreerde boiler?
- Legionellapreventie: Het systeem moet wekelijks het water tot 60°C kunnen verwarmen.
- Buffervat: Bij grote systemen of om te veel schakelen te voorkomen, is een buffervat aan te raden.
- Leidingwerk: Isoleer alle warmwaterleidingen om verliezen te minimaliseren.
- Circulatiepomp: Overweeg een aparte, energiezuinige circulatiepomp voor het tapwater.
✓ Stap 6: Regelinstallatie en besturing
De warmtepomp moet slim kunnen communiceren met je thermostaat en eventueel met zonnepanelen – een essentieel onderdeel van onze aankoopchecklist.
- Thermostaat: Gebruik een modulerende klokthermostaat of een slimme thermostaat die geschikt is voor warmtepompen.
- Buitenvoeler: Laat een buitenvoeler (weersafhankelijke regeling) installeren voor optimale aansturing.
- Zonnepanelen: Bij zonnepanelen is een energiemanager of slimme stekker aan te raden voor zelfconsumptie.
- Monitoring: Kies voor een systeem met online monitoring, zodat je prestaties en verbruik kunt volgen.
- Storingsmelding: Zorg voor een automatische storingsmelding naar je installateur.
✓ Stap 7: Vergunningen, subsidie en installateur
De laatste stap betreft de praktische en financiële voorbereiding.
- Vergunning: Check bij je gemeente of een omgevingsvergunning nodig is (vaak bij zichtbare buitenunits of boringen).
- Subsidie: Vraag de ISDE-subsidie aan. Zorg dat je installateur op de lijst van gekwalificeerde bedrijven staat.
- Installateur: Kies een gecertificeerde installateur (bijv. STEK, KvINL, of F-gassen certificaat).
- Onderhoudscontract: Sluit een onderhoudscontract af voor periodieke controle.
- Verzekering: Meld de installatie bij je opstalverzekering.
Samenvatting in één oogopslag
- Isolatie: Dak, muur, vloer en glas op orde (Rc-waardes).
- Elektra: 3-fasen aansluiting, aparte groep met aardlekautomaat.
- Afgifte: Vloerverwarming of voldoende grote radiatoren voor lage temperatuur.
- Buitenunit: Vaste, trillingsvrije plek met afvoer en geluidsnormen.
- Tapwater: Ruimte voor boilervat en legionellapreventie.
- Regeling: Modulerende thermostaat en weersafhankelijke regeling.
- Papierwerk: Vergunning checken, ISDE-subsidie aanvragen, gecertificeerde installateur kiezen.